Persbericht

Vertrouwen landbouwers in eigen sector voor het eerst in vijf jaar terug in de lift

22 juli 2011

Vertrouwen landbouwers in eigen sector voor het eerst in vijf jaar terug in de lift

Landbouwkrediet stelde zijn vijfde Landbouwvertrouwensindex voor op de Europese Beurs van de Rurale Wereld in Libramont, samen met een analyse van de voornaamste trends op landbouwvlak van het afgelopen jaar.

Luc Versele, CEO van Landbouwkrediet: “Landbouwkrediet heeft voor het vijfde jaar op rij een enquête laten uitvoeren om het vertrouwen van de landbouwers in hun toekomst te meten. Dit jaar stellen we een forse heropleving vast, die voornamelijk te danken is aan de aanzienlijke verbetering van het financiële resultaat in de meeste subsectoren.”

ONDERZOEKSMETHODE
Voor het onderzoek werd een representatieve steekproef van iets minder dan 1.200 Belgische landbouwers, actief in verschillende specialisaties, ondervraagd. Daardoor zijn betrouwbare resultaten per specialisatie en per landbouwstreek beschikbaar.


OPMERKELIJKSTE RESULTATEN
Duidelijke stijging van de vertrouwensindex
In Vlaanderen steeg de vertrouwensindex van 37 naar 45, in Wallonië van 31 naar 47. Vlaanderen en Wallonië hebben nu quasi hetzelfde niveau en voor de eerste maal is het vertrouwen in Wallonië licht hoger dan in Vlaanderen. In Wallonië zijn we terug aan het vertrouwensniveau van 2007, in Vlaanderen nog niet.
In Vlaanderen is, net als in 2008 en 2010, het vertrouwen het hoogst bij de melkveebedrijven met een index van 53. Ook de groente-, fruit- en sierteeltbedrijven doen het goed. Bedrijven met vleesvee en gemengd rundvee zijn iets minder gestegen en vooral de bedrijven gespecialiseerd in de varkenshouderij blijven het zeer moeilijk hebben (index 38). In Wallonië is er weinig verschil naar specialisatie; akkerbouw scoort het hoogst met 49, gevolgd door de melkveebedrijven (47), en tot slot vleesvee- en gemengde rundveebedrijven (45). Melkveebedrijven in Wallonië hebben wel een lager vertrouwen dan in Vlaanderen.

Gemengde en gespecialiseerde bedrijven vertonen andere trend in Vlaanderen dan in Wallonië
De vertrouwensindex van de gemengde bedrijven in Vlaanderen bevindt zich nu op een hoger niveau dan de index van de gespecialiseerde bedrijven, dit in tegenstelling tot 2007, toen de gespecialiseerde bedrijven beter scoorden. In Wallonië blijft de vertrouwensindex van de gespecialiseerde bedrijven hoger dan de index van de gemengde bedrijven.

Bedrijven met opvolger blijven toekomst positiever zien
Bedrijven met een opvolger hebben een duidelijk hogere index. Zowel in het noorden als in het zuiden van het land is sinds 2008 het vertrouwen het hoogst bij bedrijven met een opvolger.

Landbouwers krijgen terug vertrouwen in de toekomst, dankzij de verbetering van de financiële resultaten
In Vlaanderen is nu 51% van de bedrijfsleiders tevreden met het financieel resultaat. Dit betekent een toename met 28% ten opzichte van vorig jaar. In Wallonië is het aantal landbouwers dat tevreden is met het financieel resultaat gestegen met 31%.

Investeringsbereidheid neemt vooral toe in Wallonië
In Wallonië is er, in tegenstelling tot Vlaanderen, een enorme toename van de investeringsplannen met 10% op korte termijn en met 13% op 5 jaar, die maakt dat Wallonië op hetzelfde niveau als Vlaanderen komt.

Milieu- en dierenwelzijnverplichtingen bepalend bij nieuwe investeringen in gebouwen
Wij hebben voor de eerste maal gepeild naar de redenen waarom vooral geïnvesteerd wordt in de constructie of de herinrichting van gebouwen. De redenen zijn divers, maar landbouwers maken over het algemeen van de gelegenheid gebruik om onder ‘dwang’ van milieu- en dierenwelzijnverplichtingen verouderde bedrijfsgebouwen aan te passen en de productie uit te breiden. Het is evenwel zorgwekkend dat de helft van de bedrijven geen investeringsplannen in gebouwen heeft.

Stijging van de verkoopsprijzen zorgt voor een ware boost op de meeste landbouwbedrijven, in Vlaanderen blijft de varkenshouderij zorgen baren omwille van aanhoudende liquiditeitsproblemen
De stijging van de verkoopsprijzen speelt vooral in de akkerbouw- en melkveesector. Daar zijn de liquiditeitsproblemen fors gedaald. Maar in de varkenssector blijven de landbouwers kampen met financiële problemen: 46% van de gemengde varkensbedrijven en maar liefst 70% van de gespecialiseerde varkensbedrijven worstelen met hun financiën.

De stijging van de productiekosten is de belangrijkste negatieve invloed op het financieel resultaat van de landbouwbedrijven de afgelopen 12 maanden
Vooral de stijging van de energieprijzen en meststoffenprijzen, gevolgd door een stijging van de veevoederprijzen worden vermeld als belangrijkste parameters voor de stijging van de productiekosten en zijn bijgevolg een negatieve factor voor het inkomen.

De landbouwsector heeft meer dan ooit te kampen met een toenemende prijsvolatiliteit zodat de inkomensrisico’s zeer hoog ingeschat worden en er vaker nieuwe financiële hulpmiddelen worden ingeschakeld
Volgens de landbouwers zijn de 2 belangrijkste oorzaken van de toename van de prijs- en inkomensvolatiliteit de schommelingen in de productiekosten op het eigen bedrijf en de invoer van landbouwproducten van buiten Europa. Men beschermt zich via verzekeringen, het aanleggen van financiële reserves en de spreiding van investeringen in de tijd. Het afsluiten van teeltcontracten en prijsgarantiecontracten in de veeteelt of het vastleggen van de prijs van de eigen oogst via de termijnmarkt zijn opties die vooral in Wallonië succes kennen. Vooral varkenshouders, pluimveehouders en akkerbouwers maken meer en meer gebruik van deze instrumenten om het inkomensrisico te verminderen.

Het inkomen van de partner of een eigen aanvullend inkomen is absoluut noodzakelijk om rond te komen voor 1 landbouwersgezin op 5
In Vlaanderen zijn er op 39% van de bedrijven andere inkomsten dan uitsluitend klassieke landbouwinkomsten, in Wallonië is dit op 48% van de bedrijven. Deze externe inkomsten blijven voor 1 landbouwersgezin op 5 noodzakelijk om rond te komen.

Landbouwers zijn er duidelijk van overtuigd dat zij moeten samenwerken
In Wallonië maakt 35% van de landbouwers deel uit van een samenwerkingsverband, in Vlaanderen is dit 22%. In Wallonië is de motivatie om samen te werken vooral het delen van de kosten en van de werkdruk, terwijl men in Vlaanderen vooral aan de schaalvoordelen en het verhoogde rendement denkt.

Gevolgen van beleidsbeslissingen op het Europees niveau
Landbouwers in Vlaanderen en Wallonië verwachten van het GLB dat het de voedselvoorraden veiligstelt volgens hoge standaarden. Daarna zien wij echter een duidelijk andere hiërarchie van verwachtingen. In Vlaanderen volgt op de tweede plaats het veiligstellen van voldoende voorraden, en op de derde plaats rechtstreekse inkomenssteun. In Wallonië komt op positie 2 rechtstreekse inkomenssteun (het belang hiervan is met 7% toegenomen t.o.v. vorig jaar) en op de derde plaats wordt het behoud van de productiequota vermeld.
Landbouwers zijn heel verdeeld in hun opinie of het GLB na 2013 hun investeringen zal beïnvloeden. Ze zijn ook zeer verdeeld in wat er met de premies gaat gebeuren, maar in de beide regio’s denkt men in eerste instantie dat het bedrag van de premies in beperkte mate zal dalen.

Landbouwers kijken terug positiever naar hun sector en kunnen zich verheugen op een positief imago bij de consumenten
Bij de Vlaamse landbouwers zien wij een stijging met 9% bij diegenen die tevreden zijn met hun beroep, in Wallonië bedraagt de stijging zelfs 18%.
Landbouwers en consumenten zijn ongelooflijk eensgezind over het feit dat landbouwers hard werken, voedsel van een hoge kwaliteit produceren, productief zijn, belangrijk zijn, betrokken zijn in hun gemeente, maar ook dat ze klagen over hun inkomen. Voor het brede publiek zijn de landbouwers niet verantwoordelijk voor de stijging van de voedselprijzen en krijgen ze ook niet altijd eerlijke prijzen voor hun producten. Een minderheid van de publieke opinie vindt dat de Belgische landbouwer teveel subsidies krijgt of teveel overlast veroorzaakt.

Tot slot
Luc Versele: “De laatste jaren hebben wij meermaals gewaarschuwd voor de te sterke toename van de volatiliteit van de prijzen. Langzaam maar zeker zien wij dat een aantal landbouwers maatregelen neemt om dit risico te beheersen. In de sector wordt steeds vaker een beroep gedaan op geavanceerde financiële hulpmiddelen (prijsindekking via termijnmarkten, prijsgarantiecontracten…).

Indien de landbouwers bovendien hun belangen op een meer efficiënte wijze willen verdedigen, zit er voor hen niets anders op dan in de toekomst nauwer samen te werken. Dit zal hen niet alleen helpen de kosten te drukken, maar ook een aantal schaalvoordelen te genieten. De landbouwsector kan zich verheugen op een positief imago bij de consument. Onze enquête bewijst onomstotelijk dat de Belgische consument volop gelooft in de hoge kwaliteit van het geproduceerde voedsel.

De volgende jaren worden beslissend, zowel voor de toekomst van de melkveehouderij door het verdwijnen van de quota, als voor de varkenshouderij met de verplichte invoering van groepshuisvesting voor zeugen. Nieuwe regelgeving ligt ook aan de oorsprong van bijkomende risico’s voor de bewuste bedrijven. Indien wij één aanbeveling mogen formuleren naar de overheden, dan deze: communiceer regelmatig en transparant over de geplande maatregelen met de sector, zodat elke betrokkene zich op tijd kan voorbereiden.”

Beheer uw rekeningen online

Zoek uw agent