Persbericht

De landbouwvertrouwensindex van het Landbouwkrediet weerspiegelt diepe malaise in de landbouwsector

23 juli 2010

De landbouwvertrouwensindex van het Landbouwkrediet weerspiegelt diepe malaise in de landbouwsector

Sinds 2007 meet het Landbouwkrediet het vertrouwen van de landbouwers in de toekomst van hun sector. Het Landbouwkrediet stelt zijn derde landbouw-vertrouwensindex voor op de Europese Beurs van de Rurale Wereld te Libramont, samen met een analyse van de voornaamste trends op landbouwvlak het afgelopen jaar.


Luc Versele, CEO van het Landbouwkrediet: “Het Landbouwkrediet heeft voor het derde jaar op rij een enquête laten uitvoeren over het vertrouwen van de landbouwers in hun toekomst. Dit jaar stellen we een algemene en vrij felle achteruitgang van het vertrouwen vast. De land- en tuinbouwsector beleeft moeilijke tijden.”

 

Verruimende onderzoeksmethode

Er werd geopteerd voor een nog ruimere representatieve steekproef, met als doel een vertrouwensindex te berekenen voor elke landbouwstreek. De doelgroep is samengesteld uit 1.203 landbouwers die actief zijn in verschillende specialisaties. Daardoor zijn betrouwbare resultaten per specialisatie en per landbouwstreek beschikbaar.

 

De opmerkelijkste resultaten

Spectaculaire daling van de vertrouwensindex in Wallonië, significante daling in Vlaanderen


Terwijl in 2008 de gemiddelde vertrouwensindex min of meer gelijk bleef ten opzichte van 2007, neemt de vertrouwensindex dit jaar een serieuze duik: in Wallonië van 48 naar 31 en in Vlaanderen van 49 naar 40.
Bij alle bedrijfstypes,ongeacht hun specialisatie, de landbouwstreek waar zij gelegen zijn, de bedrijfsomvang of de activiteitsduur, worden dalingen vastgesteld. Bijna alle parameters die berekend worden voor de samenstelling van de vertrouwensindex kenden een terugval, met in het bijzonder de tevredenheid over het beroep en de tevredenheid over het financieel resultaat in 2008.In Wallonië worden voor de eerste keer geen indexen, hoger dan 80 vastgesteld.

 


Gespecialiseerde bedrijven meer vertrouwen


De vertrouwensindex van de gespecialiseerde bedrijven ligt in Vlaanderen iets hoger dan die van de gemengde bedrijven. Dit is vooral te wijten aan de relatief minder slechte resultaten van de gespecialiseerde varkens- en tuinbouwbedrijven, die waarschijnlijk iets beter vertrouwd zijn met de toegenomen prijs- en kostenvolatiliteit. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië zien wij dat de melkvee-, vleesvee- en gemengde rundveebedrijven duidelijk minder vertrouwen hebben in de toekomst.

 

De gespecialiseerde melkveebedrijven, gevolgd door de akkerbouwbedrijven vertonen de grootste daling van de vertrouwensindex. Ook aan de andere kant van de taalgrens hebben de gespecialiseerde bedrijven nog het meeste vertrouwen in de toekomst. Dit is een versterking van de tendens die we vorig jaar reeds vaststelden. In Vlaanderen en Wallonië is de vertrouwensindex recht evenredig met de omzet, dat was de vorige jaren niet anders. De bedrijven uitgebaat onder vennootschapsvorm zien de toekomst rooskleuriger in dan de bedrijven uitgebaat door een natuurlijk persoon (al is het verschil in Vlaanderen tussen beide categorieën verwaarloosbaar).

 

 

Oudere bedrijfsleiders haken af

Andere parallellen tussen Vlaanderen en Wallonië: jongere bedrijfsleiders hebben meer vertrouwen in de toekomst dan hun oudere collega’s. Wij stellen vast dat in Wallonië amper 5% van de oudere bedrijfsleiders een vertrouwensindex hoger dan 60 hebben, terwijl met 13% in Vlaanderen dit cijfer nauwelijks hoger is. De bedrijven die reeds meer dan 20 jaar actief zijn en waarvan de opvolging verzekerd is, hebben meer vertrouwen in de toekomst dan bedrijven zonder opvolger (al is het vertrouwen bij deze eerste categorie ook sterk gedaald, vooral in Wallonië). 

 

 

Inkomen keldert, ontevredenheid piekt


Voor het derde jaar op rij is de tevredenheid van Vlaamse en Waalse landbouwers gedaald. Bijna 60% van de landbouwers in Vlaanderen is ontevreden over zijn beroep, terwijl hetzelfde percentage vorig jaar nog tevreden was. In Wallonië is de ontevredenheid van de landbouwer over zijn beroep ongezien hoog gestegen tot maar liefst 75%. Ook over hun financieel resultaat zijn Vlaamse noch Waalse landbouwers te spreken: in Vlaanderen is 74% ontevreden, maar Wallonië doet nog iets slechter, daar is 78% van de landbouwers ontevreden over het in 2008 geboekte financieel resultaat. Met deze cijfers in het achterhoofd zal het niemand verbazen dat nog slechts 1/5de van de Waalse landbouwers hun beroep nog willen aanbevelen aan kinderen of kennissen. In Vlaanderen is deze groep iets groter, daar wil nog 1/4de van de landbouwbevolking reclame maken voor de stiel.

 

 

Toenemende financiële problemen

De Vlaamse en Waalse landbouwers houden de aanzienlijke daling van de verkoopsprijzen van vooral melk en granen en de verdere stijging van de productiekosten tot ver in 2008 van vooral meststoffen, veevoeder en energie verantwoordelijk voor de daling van hun bedrijfsinkomen. De landbouwers uit het zuiden van het land leden bovendien nog sterk onder de gevolgen van de blauwtongepidemie: bij meer dan de helft van de bedrijven had blauwtong een gevoelige invloed op de daling van het bedrijfsinkomen (maar verminderde invloed vergeleken met vorig jaar). Wegens de combinatie van stijgende productiekosten en dalende verkoopsprijzen ondervonden 36% van de Vlaamse landbouwers en 53% van de Waalse landbouwers liquiditeitsproblemen tijdens het afgelopen jaar. Dit is 10% meer dan in 2007.

 

Om hieraan het hoofd te bieden, werd net als in 2007 in eerste instantie een beroep gedaan op de financiële reserves en wordt er gesnoeid in de privé-uitgaven. In tweede instantie wordt gesnoeid in de productiekosten en worden investeringen uitgesteld. Onder de andere maatregelen wordt eerder een aanvraag tot uitstel van betaling bij de leveranciers gedaan (30% van de ondervraagden in Vlaanderen en 41% in Wallonië), vooraleer men zich tot zijn bank wendt voor uitstel van kapitaalsaflossingen of een nieuw krediet. In Vlaanderen is 14% van de landbouwers op zoek naar een bijkomende job; in Wallonië is dit zelfs 25%. De financiële situatie op de Vlaamse en Waalse landbouwbedrijven is dan ook ronduit zorgwekkend: 38% van de ondervraagden in Vlaanderen vermeldt dat de eigen financiële reserves zijn opgebruikt en 7% zegt dat het niet meer mogelijk is zijn schulden af te betalen. In Wallonië is de toestand nog ernstiger: 51% verklaart dat de eigen financiële reserves zijn opgebruikt en 17% geeft aan in de onmogelijkheid te verkeren zijn schulden af te betalen. Toch overwegen slechts weinigen een organisatie te contacteren die landbouwers met financiële problemen bijstaat. En nog minder hebben al effectief een dergelijke organisatie gecontacteerd. Opvallend is dat de traditionele syndicale landbouworganisaties aan beide kanten van de taalgrens niet genoemd worden als aanspreekpunt om hulp te bieden bij financiële problemen.

 

 

Investeringsbereidheid krimpt

Door het gekelderde vertrouwen en het gedecimeerde inkomen is ook de investeringshonger van de landbouwers afgenomen. Toch vertonen de statistieken aan beide kanten van de taalgrens verschillen. 25% van de Vlaamse landbouwers heeft investeringsplannen op korte termijn, een daling met 5% tegenover 2008. Vier op tien landbouwers blijft investeringen op lange termijn voorzien. De investeringsbereidheid op lange termijn is bijna niet veranderd in vergelijking met vorig jaar.

 

Een op vijf Waalse landbouwers heeft investeringsplannen op korte termijn, een vermindering met 13% tegenover 2008. 37% heeft investeringen op lange termijn voorzien, wat een daling met 6% betekent in vergelijking met 2008. De investeringskredieten zijn vooral bestemd voor de constructie van bedrijfsgebouwen en het aankopen van materieel (vnl. ander materieel dan tractoren). De bereidheid van de Waalse landbouwers om te investeren in hernieuwbare energie valt ook dit jaar weer op. Vooral de aankoop van grond en de aankoop van quota komen significant minder voor in de investeringsplannen.

 

Bijna een landbouwer op drie verklaart een neveninkomen nodig te hebben om financieel rond te komen: het is op heden voor zeer veel landbouwers bijna onmogelijk om te leven van de landbouw alleen. Zelfs met een partner, die zorgt voor een extra inkomen, is waardig overleven niet evident. De onzekerheid die wij vorig jaar in de sector hebben vastgesteld is enorm toegenomen in 2009, zoals uit de resultaten van de vertrouwensindex blijkt.

 

Om aan allerlei kwaliteits- en voedselveiligheidseisen te voldoen is de landbouwer verplicht te investeren in professionele installaties. De vraag kan gesteld worden hoe deze investeringen rendabel gemaakt kunnen worden en tegelijkertijd de noodzakelijke gezinsuitgaven gedaan kunnen worden, als de prijzen in vrije val blijven. Welke andere sector zou bereid zijn te blijven investeren, zonder minimale rendabiliteitsvooruitzichten?

 

 

Rol van de overheid

Is de overheid een rots in de branding in deze turbulente tijden voor landbouwers? In Vlaanderen en Wallonië zijn landbouwers het er alvast over eens dat de overheid voldoende inspanningen levert op het vlak van de promotie van landbouwproducten en de omkadering en de verspreiding van kennis. Op het vlak van de belangenbehartiging van de inkomsten van de landbouwers op EU-niveau, de administratieve vereenvoudiging en de realisatie van transparante marges binnen de landbouwketen moeten de overheidsinspanningen volgens de Belgische landbouwers dan weer verhoogd worden.

 

Luc Versele: "De zeer lage vertrouwensindexen in Vlaanderen en nog lagere in Wallonië bevestigen de diepe malaise die het laatste jaar wordt vastgesteld in de land- en tuinbouwsector. De hoge prijzen in 2007 van sommige basisproducten, zoals granen en melk, zijn ondertussen gedaald tot prijsniveaus die rampzalig zijn voor de rendabiliteit van deze sectoren. Zowel de grote volatiliteit van de prijzen van de landbouwproducten als de verdere stijging van de prijzen van de meststoffen, veevoeders en energie tot ver in 2008, samen met de blijvende gevolgen van de sanitaire problemen bij het rundvee (nawerking van de massale verspreiding van blauwtong) veroorzaken grote liquiditeitsproblemen. Waar vorig jaar reeds 75% van de land- en tuinbouwers er niet in geslaagd was de verkoopsprijs van hun producten aan te passen aan de gestegen kosten, is dit percentage dit jaar nog verder gestegen tot 88%.

 

Deze enquête toont ook aan dat de structurele wijzigingen die zich reeds de vorige jaren aandienden op de Belgische landbouwbedrijven in versnelde mate doorgevoerd worden. De groeiende specialisatiedruk, gekoppeld aan de stijgende bedrijfsomvang op een beperkt aantal bedrijven, en de toename van het aantal vennootschappen in de landbouw is duidelijk zichtbaar. Tevens zien wij dat de landbouwbedrijven die uitsluitend uitgebaat worden door familiale arbeidskrachten verder blijven dalen en worden vervangen door nieuwe bedrijfsstructuren waarin meer beroep gedaan wordt op loonwerk en vreemde arbeidskrachten in loondienst.

 

Als historische landbouwbank zijn wij ten zeerste bekommerd om de huidige situatie in land- en tuinbouw. Onze betrachting is steeds geweest deze sector te ondersteunen in goede en slechte tijden en dit zal zo blijven. Wij blijven de trouwe partner van de landbouwsector en willen dit beklemtonen door onze aanwezigheid op kleinere en grote landbouwevenementen, zoals deze Beurs van Libramont, maar ook door het verstrekken van gespecialiseerde informatie aan de sector. Op vrijdag 4 december organiseert het Landbouwkrediet, op het Salon van Agribex, een wetenschappelijk symposium over de prijsvolatiliteit in de landbouwsector. Op die manier wil de bank trachten een antwoord te geven op de prangende problematiek van de sector. Ten slotte blijft het Landbouwkrediet uiteraard de financiële partner bij uitstek van de land- en tuinbouwers; wij bieden hen een op maat gesneden productengamma, professioneel advies en een luisterend oor."

Beheer uw rekeningen online

Zoek uw agent