Een jonge zakenvrouw bekijkt haar gegevens op een tablet

VVPRbis en liquidatiereserve: zo keert u dividenden uit tegen een lagere roerende voorheffing

Wilt u winst uit uw vennootschap halen zonder meteen 30% roerende voorheffing te betalen? Dan zijn de liquidatiereserve en het VVPRbis-stelsel twee belangrijke fiscale mogelijkheden. Beide systemen laten toe om dividenden fiscaal voordeliger uit te keren. De voorwaarden, tarieven en timing verschillen wel. 

Wat is een liquidatiereserve?

Een liquidatiereserve is een fiscale reserve die een kleine vennootschap kan aanleggen met winst na belastingen. Op het moment dat u die reserve aanlegt, betaalt de vennootschap een afzonderlijke heffing van 10%. In ruil kunt u die reserve later uitkeren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing, op voorwaarde dat u de juiste wachttermijn respecteert.

Dat maakt de liquidatiereserve interessant voor ondernemers die op langere termijn geld uit hun vennootschap willen halen en hun dividendplanning fiscaal willen optimaliseren.

Tarieven voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of vóór 30/12/2025:

  • Uitkering vóór de wachttermijn van 3 jaar:  20% roerende voorheffing.
  • Uitkering na 3 jaar, maar vóór 5 jaar: 6,5% roerende voorheffing.
  • Uitkering na een wachttermijn van 5 jaar: 5% roerende voorheffing.

Tarieven voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of na 31/12/2025:

  • Uitkering vóór 3 jaar: 30% roerende voorheffing
  • Uitkering na een wachttermijn van 3 jaar: 9,8% roerende voorheffing. 

Samen met de heffing van 10% bij aanleg komt de totale belastingdruk uit op ongeveer 18%.

Wat is het VVPRbis-stelsel?

Het VVPRbis-stelsel laat bepaalde vennootschappen toe om dividenden uit te keren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing. Sinds 1 juli 2026 bedraagt dat tarief 18% voor dividenden die vanaf die datum worden toegekend of betaalbaar gesteld.

Om van VVPRbis te kunnen genieten, moet uw vennootschap 

  • een kleine vennootschap zijn,
  • opgericht zijn na 1 juli 2013,
  • moeten de dividenden voortkomen uit nieuwe aandelen op naam die werden uitgegeven naar aanleiding van een volledig volgestorte inbreng in geld en
  • is er een wachttermijn van 3 boekjaren.

Liquidatiereserve of VVPRbis: wat kiest u best?

Omdat de totale belastingdruk voor beide fiscale regimes gelijkgetrokken is, is de keuze minder vanzelfsprekend dan vroeger. Toch zijn er duidelijke verschillen die belangrijk blijven voor uw dividendstrategie.

Voldoet uw vennootschap aan de voorwaarden van het VVPRbis-stelsel? Dan is dat vaak de meest interessante optie. U hoeft geen voorafgaande heffing van 10% te betalen en de wachttermijn moet in principe maar één keer worden doorlopen. Daarna kunt u dividenden blijven uitkeren aan het verlaagde tarief zolang aan de voorwaarden voldaan blijft.

Komt uw vennootschap niet in aanmerking voor VVPRbis, of denkt u op termijn aan een vereffening? Dan is de liquidatiereserve aantrekkelijker.

Bij een vereffening worden eerst de activa verkocht, de vorderingen geïnd en de schulden betaald. Wat daarna overblijft, wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. Het gestorte kapitaal kan in principe onbelast worden terugbetaald. Het bedrag daarboven is de liquidatiebonus. Voor het deel dat afkomstig is uit een liquidatiereserve, is geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd. In dat geval blijft de fiscale kost beperkt tot de 10% die bij de aanleg van de reserve werd betaald.

Let wel: de wetgever voorziet een specifieke antimisbruikbepaling. Die moet vermijden dat vennootschappen enkel worden vereffend om liquidatiereserves of liquidatieboni fiscaal voordelig uit te keren, terwijl dezelfde activiteit nadien gewoon wordt voortgezet in een andere vennootschap.

Twijfelt u tussen VVPRbis en een liquidatiereserve? Bespreek samen met een expert welke strategie het best past bij uw vennootschap.