Wat houdt de meerwaardebelasting concreet in? De meerwaardebelasting of de zogenaamde solidariteitsbijdrage is een nieuwe taks van 10% die van toepassing is op meerwaarden die gerealiseerd worden naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel van financiële vaste activa.Overdrachten onder bezwarende titel omvatten o.a. de verkoop, ruil en inbreng in vennootschap.Financiële activa omvatten o.a. beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, obligaties, geldmarktinstrumenten, derivaten, eenheden van beleggingsfondsen ETF’s, crypto-activa en monetaire activa, evenals levensverzekeringscontracten en kapitalisatiecontracten.Deze nieuwe taks zal in werking treden voor meerwaarden die gerealiseerd worden vanaf 01/01/2026.
Toepassingsgebied van de meerwaardbelasting – Overdracht onder bezwarende titel? Enkel meerwaarden vervreemd buiten de beroepsactiviteit en binnen het normaal beheer van privévermogen worden belast. Transacties die als speculatief worden beschouwd, vallen dus niet onder deze regeling.De vervreemding moet een overdracht onder bezwarende titel uitmaken. Dit betekent dat wanneer het financieel actief het vermogen van de belastingplichtige verlaat, er een tegenwaarde in de plaats moet komen. Met andere woorden, er moet een prijs worden ontvangen in ruil voor de overdracht. Denk bijvoorbeeld aan een verkoop of een inbreng in een vennootschap.Schenkingen en overdrachten bij overlijden zoals erfenissen leiden bijgevolg niet tot een onmiddellijke belasting. De meerwaarde zal pas worden belast wanneer de begiftigde of erfopvolger de activa zelf heeft vervreemd onder bezwarende titel en een meerwaarde realiseert.
Hoe wordt de meerwaarde berekend? De meerwaarde wordt berekend door het positieve verschil te nemen tussen de ontvangen prijs en de aanschaffingswaarde.Voorbeeld: op 1 januari 2026 verwerft u een aandeel tegen een aanschaffingsprijs van 100 euro. In 2027 verkoopt u dit aandeel tegen een verkoopprijs van 150 euro. De meerwaarde bedraagt: 150 euro – 100 euro = 50 euro.Als eenzelfde belastingplichtige achtereenvolgens dezelfde effecten, bijvoorbeeld aandelen van 1 onderneming, heeft verworven aan verschillende aankoopprijzen, dan wordt er voor de berekening van de meerwaarde gewerkt met de first in, first out (FIFO)-methode: de eerst verworven activa worden geacht eerst te worden vervreemd. Een voorbeeld illustreert de werkwijze:10 aandelen werden gekocht aan elk 100 euro in 202620 aandelen werden gekocht aan elk 150 euro in 202770 aandelen werden gekocht aan elk 200 euro in 2028In 2028 worden 25 aandelen verkocht voor 200 euro elk. De meerwaarde bedraagt bijgevolg:10 x (200 euro – 100 euro) + 15 x (200 euro – 150 euro) = 1.750 euro.De belastingplichtige moet de aanschaffingswaarde kunnen aantonen (desnoods met behulp van de bank). Indien het bewijs niet kan worden geleverd, wordt de aanschaffingswaarde op nul gezet en wordt bijgevolg de volledige ontvangen prijs belast als meerwaarde.
Vrijstellingen? De wet voorziet dat elke belastingplichtige een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro geniet voor gerealiseerde meerwaarden, waarbij dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd. Deze vrijstelling moet worden aangevraagd via de eigen belastingaangifte.Daarnaast wordt een systeem van beperkte overdraagbaarheid voorzien: voor elk jaar waarin een deel van de vrijstelling niet wordt gebruikt, kan maximaal 1.000 euro worden overgedragen naar een volgend jaar, gedurende maximaal vijf jaar. Op die manier kan een belastingplichtige een maximale vrijstelling van 15.000 euro bereiken.Voorbeeld: stel dat u in 2026 geen beleggingen hebt verkocht. Dan kan u in 2027 een vrijstelling van 11.000 euro toepassen. Als u dat jaar beleggingen verkoopt met een totale meerwaarde van 10.800 euro, betaalt u geen meerwaardebelasting. In 2028 heeft u weer recht op een vrijstelling van 10.000 euro.Gerealiseerde meerwaarden boven deze vrijstellingsgrens worden belast aan 10%.Zijn historische meerwaarden vrijgesteld?De nieuwe belasting is van toepassing op meerwaarden die worden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Er geldt een vrijstelling voor historische meerwaarden, dat zijn meerwaarden gerealiseerd op activa verworven voor 1 januari 2026. Deze vrijstelling wordt toegepast door de aanschaffingswaarde voor de berekening van de meerwaarde te bepalen op de waarde die dat actief heeft op 31 december 2025 (het zogenaamde ‘foto-moment’). Als de waarde op het fotomoment hoger is dan de originele aanschaffingswaarde, worden de historische meerwaarden dus vrijgesteld.Voorbeeld: in 2024 heeft u een aandeel aangekocht voor 100 euro. Op 31 december 2025 is dit aandeel 120 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 150 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt 150 – 120 euro = 30 euro. Bijgevolg wordt de meerwaarde opgebouwd voor 1 januari 2026 (120 – 100 euro = 20 euro), vrijgesteld.Wordt de vrijstelling automatisch toegepast?De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro wordt niet automatisch verrekend. Om ze te kunnen benutten, moet u ze uitdrukkelijk opnemen in uw belastingaangifte. Dit betekent dat u alle gerealiseerde meerwaarde moet vermelden.Hebt u in totaal minder dan 10.000 euro aan meerwaarden gerealiseerd? Dan betaalt u geen meerwaardebelasting. Eventuele belasting die al werd ingehouden, kunt u volledig terugkrijgen.Hebt u meer dan 10.000 euro aan meerwaarden gerealiseerd? Dan krijgt u de belasting terug die werd ingehouden op de eerste 10.000 euro, want die schijf is vrijgesteld.Aanmerkelijk belang: gunstregime?Voor meerwaarden op bepaalde aanmerkelijke deelnemingen geldt een afzonderlijk regime. Het gaat om het geval waarin de overdrager minstens 20% bezit van de rechten in het kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen. In dat kader zou de eerste 1 miljoen euro aan meerwaarden worden vrijgesteld. Voor de daaropvolgende schijven wordt een getrapt tarief toegepast:0 – 1 miljoen euro: vrijgesteld;1 miljoen – 2,5 miljoen euro: 1,25%;2,5 miljoen – 5 miljoen euro: 2,50%;5 miljoen – 10 miljoen euro: 5%;boven 10 miljoen euro: het algemene tarief van 10% geldt.De vrijstelling van 1 miljoen euro werkt als een soort “buffer”: ze kan slechts één keer binnen een periode van vijf jaar volledig worden benut. Het beschikbare vrijstellingsbedrag wordt daarbij jaarlijks verminderd met de bedragen aan meerwaarden die in de vier voorgaande jaren al via deze vrijstelling zijn uitgesloten van belasting. Wanneer de vrijstelling niet of slechts gedeeltelijk kan worden toegepast, zal het tarief van 1,25% op de eerste belastbare schijf van kracht zijn.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde bepaald voor activa verworven voor 1 januari 2026? Op het einde van 2025 zal de bank een momentopname maken van uw volledige portefeuille (het zogenaamde ‘foto-moment’). Enkel de meerwaarden die u realiseert na dit foto-moment worden belast. De te belasten meerwaarde is het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de waarde van het betrokken actief op 31 december 2025. Belastingen of kosten die u hebt betaald bij aankoop of verkoop worden daarbij buiten beschouwing gelaten.Er geldt echter een belangrijke uitzondering. Wanneer de waarde van een belegging op het foto-moment onder uw oorspronkelijke aankoopprijs ligt, mag u die oorspronkelijke aankoopprijs gebruiken als uitgangspunt, op voorwaarde dat er een meerwaarde wordt berekend en geen minderwaarde. Dit moet gebeuren via uw aangifte.Die keuze blijft mogelijk gedurende vijf jaar vanaf de invoering van de nieuwe regeling, dus tot en met 31 december 2030. Vanaf 1 januari 2031 zal steeds de waarde op het fotomoment van 2025 bepalend zijn, ook als die hoger ligt dan wat u destijds betaalde.Voor beleggers die geregeld dezelfde effecten bijkopen, bijvoorbeeld aandelen van één onderneming, wordt bij een latere verkoop het FIFO-principe toegepast: de fiscus gaat ervan uit dat de oudste aangekochte stukken als eerste worden verkocht. Indien u voor aankopen van vóór 31 december 2025 toch uw oorspronkelijke aankoopprijs wilt hanteren, moet u de gemiddelde aankoopprijs berekenen van de stukken die u op die datum nog in portefeuille had.VoorbeeldMeerwaarde: in 2024 heeft u een aandeel gekocht voor 130 euro. Op 31 december 2025 is dit aandeel 120 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 150 euro. U kan ervoor opteren om de belastbare meerwaarde als volgt te bepalen: 150 euro – 130 euro = 20 euro. Minderwaarde: in 2024 heeft u een aandeel gekocht voor 150 euro. Op 31 december is dit aandeel 130 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 100 euro. De minderwaarde bedraagt 100 euro – 130 euro = -30 euro. Omdat er een minderwaarde wordt berekend en geen meerwaarde, is het niet mogelijk om de originele aanschaffingswaarde, zijnde 150 euro als uitgangspunt te gebruiken. De minderwaarde kan dus niet worden verhoogd van -30 euro naar -50 euro.
Op wie is de meerwaardebelasting van toepassing? De voorgestelde meerwaardebelasting geldt voor personen die in België fiscaal als inwoner worden beschouwd en daardoor onderworpen zijn aan de personenbelasting.Daarnaast worden ook bepaalde rechtspersonen geviseerd zoals vzw’s, stichtingen en private stichtingen, op voorwaarde dat zij aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn en niet aan de vennootschapsbelasting.Wie niet in België woont en hier dus niet belastbaar is als inwoner, blijft buiten het toepassingsgebied van de nieuwe regeling. Dat betekent dat niet-inwoners geen meerwaardebelasting verschuldigd zullen zijn, zelfs wanneer hun beleggingen in België worden aangehouden.Voorbeeld: een persoon die permanent in Frankrijk woont en daar zijn belastingaangifte indient, maar in België bepaalde beleggingen aanhoudt, wordt bij de verkoop van aandelen niet getroffen door de taks. Zijn residentie in het buitenland maakt dat hij niet onder de nieuwe regeling valt.
Toepassingsgebied van de meerwaardebelasting – Financieel vaste activa? BeginselDe meerwaardebelasting geldt voor een breed spectrum aan financiële activa, onderverdeeld als volgt:Financiële instrumenten, o.a.:Genoteerde en niet-genoteerde aandelenObligatiesBeleggingsfondsen (incl. bancaire fondsen)ETF’s, trackers, opties, warrantsBuitenlandse en Belgische producten.Verzekeringsproducten:Tak 21Tak 23Tak 26.Ook als ze zijn onderschreven in het buitenland (EU of non-EU).Digitale en alternatieve activa:Crypto-activaValuta, inclusief beleggingsgoud.Bij niet-beursgenoteerde instrumenten zal een waardebepaling moeten gebeuren volgens de berekeningsregels die nog verder door de wetgever moeten worden vastgelegd. De oorsprong van de activa, Belgisch of buitenlands, speelt daarbij geen rol.Uitgesloten categorieënEr zijn producten die volledig buiten het toepassingsgebied blijven. Het gaat vooral om pensioenproducten waarvoor een fiscaal voordeel geldt:Tweede pijler pensioenproducten: groepsverzekeringen, individuele pensioenverzekeringen en pensioensovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)Derde pijler pensioenproducten: klassieke formules pensioensparen en langetermijnsparen.
Mogen kosten en/of minderwaarden worden afgetrokken? Van de berekende meerwaarde mogen geen enkele (verwervings- of vervreemdings)kosten worden afgetrokken. Denk bijvoorbeeld aan de beurstaks of de effectentaks: deze mogen niet worden afgetrokken.Gerealiseerde minderwaarden kunnen worden verrekend met meerwaarden die dezelfde persoon binnen dezelfde belastbare periode behaalt. Een overschot aan minderwaarden kan niet worden overgedragen naar een volgend jaar.
Interactie met bestaande fiscaliteit? Een belangrijk aandachtspunt is de manier waarop de nieuwe meerwaardebelasting zich zal verhouden tot bestaande fiscale regimes. Vandaag bestaat bijvoorbeeld al de Reynderstaks, die bij bepaalde beleggingsfondsen wordt toegepast. Hoe beide systemen precies op elkaar zullen inspelen wanneer een belegger een fonds verkoopt dat nu al aan de Reynderstaks onderworpen is, blijft voorlopig onduidelijk. Wel staat vast dat deze bestaande heffing niet wordt afgeschaft.De Reynderstaks geldt voor fondsen die voor meer dan 10% beleggen in schuldinstrumenten zoals obligaties. Daarbij wordt een tarief van 30% toegepast op het gedeelte van de meerwaarde dat voortkomt uit het rentedragende deel van de portefeuille. In de toekomst blijft deze taks bestaan, maar enkel voor de rentecomponent.Voor gemengde fondsen betekent dit dat het obligatiegedeelte onder de Reynderstaks zal blijven vallen, terwijl het aandelengedeelte onder de toekomstige meerwaardebelasting komt te staan. Hierdoor kunnen beleggers bij één en dezelfde verkoop mogelijk met twee verschillende fiscale systemen te maken krijgen.
Hoe wordt de meerwaardebelasting geïnd? In de praktijk zal de belasting doorgaans automatisch worden afgehouden door Belgische banken en andere financiële instellingen. Zij zullen standaard de 10% meerwaardebelasting meteen inhouden zodra een belastbare meerwaarde ontstaat.Wie dat niet wenst, kan opteren voor een eigen aangifte. In dat geval kiest u bewust voor een opt-out en staat u zelf in voor het aangeven van uw meerwaarden. De Belgische financiële instelling moet dan wel een fiscaal overzicht bezorgen aan de administratie.Meerwaarden die tot stand komen op buitenlandse rekeningen, bij de verkoop van crypto-activa of bij transacties in fysiek goud, vallen sowieso volledig onder de verplichting van de belastingplichtige zelf, aangezien in dat geval geen bronheffing kan worden toegepast.