Wat houdt de meerwaardebelasting concreet in? De meerwaardebelasting is een nieuwe taks van 10% die van toepassing is op meerwaarden die gerealiseerd worden naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel van financiële vaste activa, buiten de beroepsactiviteit en binnen het normaal beheer van privévermogen.Overdrachten onder bezwarende titel omvatten o.a. de verkoop, ruil en inbreng in vennootschap.Financiële activa omvatten o.a. beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, obligaties, geldmarktinstrumenten, derivaten, eenheden van beleggingsfondsen of ETF’s, crypto-activa en monetaire activa, evenals levensverzekeringscontracten en kapitalisatiecontracten. De belasting is van toepassing op alle meerwaarden op financiële activa gerealiseerd sinds 1 januari 2026.
Welke producten zijn onderworpen? De meerwaardebelasting geldt voor een breed spectrum aan financiële activa, onderverdeeld als volgt:Financiële instrumenten, o.a.:Genoteerde en niet-genoteerde aandelenObligatiesGestructureerde notesBeleggingsfondsen (incl. bancaire fondsen)ETF’s, trackers, opties, warrantsVerzekeringsproducten:Tak 21Tak 23Tak 26Digitale en alternatieve activa:Crypto-activaValuta, inclusief beleggingsgoudDe oorsprong van de activa, Belgisch of buitenlands, speelt geen rol.Crelan houdt enkel meerwaardebelasting in op de financiële instrumenten. De meerwaarden verwezenlijkt op de digitale en alternatieve activa moeten door de klant zelf worden opgenomen in zijn/haar aangifte in de personenbelasting.Uitgesloten categorieënEr zijn producten die buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting blijven. Het gaat om:Het coöperatief aandeel CrelanCoVreemde valuta op betaalrekeningenTweede pijler pensioenproducten: groepsverzekeringen, individuele pensioenverzekeringen en pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)Derde pijler pensioenproducten: klassieke formules pensioensparen en langetermijnsparenJuwelen, edelmetalen andere dan beleggingsgoud (tenzij ETC of ETF), kunst, Pokémonkaarten en verzamelobjecten, …
Hoe wordt de meerwaarde berekend? De meerwaarde wordt berekend door het positieve verschil te nemen tussen de ontvangen prijs en de aanschaffingswaarde.Voorbeeld: op 1 januari 2026 verwerft u een aandeel tegen een aanschaffingsprijs van 100 euro. In 2027 verkoopt u dit aandeel tegen een verkoopprijs van 150 euro. De meerwaarde bedraagt: 150 euro – 100 euro = 50 euro.De berekening gebeurt per individuele transactie, dus niet op rekening- of portefeuilleniveau.De belastingplichtige moet de aanschaffingswaarde kunnen aantonen (desnoods met behulp van de bank). Indien het bewijs niet kan worden geleverd, wordt de aanschaffingswaarde op nul gezet en wordt bijgevolg de volledige verkoopprijs belast als meerwaarde.
Wat als identieke effecten op verschillende tijdstippen werden aangekocht? Als eenzelfde belastingplichtige achtereenvolgens dezelfde effecten, bijvoorbeeld aandelen van 1 onderneming, heeft verworven aan verschillende aankoopprijzen, dan wordt er voor de berekening van de meerwaarde gewerkt met de first in, first out (FIFO)-methode: de eerst verworven activa worden geacht eerst te worden vervreemd.Voorbeeld 110 aandelen werden gekocht aan elk 100 euro in 202620 aandelen werden gekocht aan elk 150 euro in 202770 aandelen werden gekocht aan elk 200 euro in 2028In 2028 worden 25 aandelen verkocht voor 200 euro elk. De meerwaarde bedraagt bijgevolg: 10 x (200 euro – 100 euro) + 15 x (200 euro – 150 euro) =1.750 euro.Voorbeeld 2U verkoopt 2 posities op 1 dag, met op de ene een minderwaarde en op de andere een meerwaarde:Positie 1: 10 aandelen gekocht aan elk 150 euro in 2026Positie 2: 20 aandelen gekocht aan elk 50 euro in 2027In 2028 worden 20 aandelen verkocht voor 100 euro. Positie 1, minderwaarde: 10 x (100 – 150) = -500 euroPositie 2, meerwaarde: 10 x (100 – 50) = 500 euroCrelan zal meerwaardebelasting inhouden op 500 euro (tenzij opt-out) en mag de minderwaarde niet in mindering brengen. De belastingplichtige moet de minderwaarde zelf verrekenen in zijn/haar aangifte in de personenbelasting.
Wat als u een effect tussen verschillende financiële instellingen overdraagt? Bij een overdracht naar een andere financiële instelling vanaf 01/01/2026 moeten klanten aan de ontvangende bank de aankoopprijs van de overgedragen activa meedelen. Dit kan enkel gebeuren op basis van bewijskrachtige documenten, zoals een duplicaat van aankoopborderellen, zodat de bank de meer- of minderwaarde correct kan berekenen.Febelfin heeft – in samenwerking met de banken - een gestandaardiseerde template ontwikkeld die bij overdracht van een effectenportefeuille tussen de financiële instellingen gebruikt kan worden. Voor activa die uiterlijk op 31/12/2025 op de rekening staan, geldt de waarde op die datum als referentiepunt.
Wat met de Reynderstaks en fondsen? Een belangrijk aandachtspunt is de manier waarop de nieuwe meerwaardebelasting zich zal verhouden tot bestaande fiscale regimes. Vandaag bestaat bijvoorbeeld al de Reynderstaks, die bij bepaalde beleggingsfondsen wordt toegepast.De Reynderstaks geldt voor fondsen die voor meer dan 10% beleggen in schuldinstrumenten zoals obligaties. Daarbij wordt een tarief van 30% toegepast op het gedeelte van de meerwaarde dat voortkomt uit het rentedragende deel van de portefeuille. In de toekomst blijft deze taks bestaan, maar enkel voor de rentecomponent.Voor gemengde fondsen betekent dit dat het obligatiegedeelte onder de Reynderstaks zal blijven vallen, terwijl het aandelengedeelte onder de toekomstige meerwaardebelasting komt te staan. Hierdoor kunnen beleggers bij één en dezelfde verkoop mogelijk met twee verschillende fiscale systemen te maken krijgen.Voor het berekenen van de belastbare basis inzake de meerwaardebelasting (10%) met als voorwerp aandelen of deelbewijzen van een “19bis‑fonds”, dient men de belastbare basis van de “19bis‑inkomsten” (berekend overeenkomstig artikel 19bis, WIB92) af te trekken van de belastbare basis van de meerwaarde op titels (berekend overeenkomstig de wettelijke tekst). Het positieve saldo is de belastbare basis voor de meerwaardebelasting.Voorbeeld 1: “19bis‑fonds” met een beschikbare TISbis Op 01/01/2020 koopt u voor 100 euro één aandeel in een “gemengd fonds” (25% geïnvesteerd in obligaties en 75% in aandelen).Op 01/01/2020 bedraagt de TISbis van dit deelbewijs 25 euro.Op 31/12/2025 bedraagt de NIW van dit deelbewijs 150 euro.Op 30/06/2026 verkoopt u uw aandeel. Op die datum:is de TISbis van een deelbewijs gelijk aan 35 euro;bedraagt de NIW van een deelbewijs 250 euro.Het bedrag van de “19bis‑inkomsten” beloopt 10 euro (= 35 euro – 25 euro), waarop de bank een RV van 30% (3 euro) inhoudt. Het bedrag van de meerwaarde op titels beloopt 100 euro (= 250 euro − 150 euro). De belastbare basis van de meerwaarde op titels beloopt 90 euro (= 100 euro − 10 euro), waarop de bank een meerwaardebelasting van 10% (9 euro) zal inhouden. In totaal zal u een belasting betalen gelijk aan 12 euro (= 3 euro + 9 euro).Voorbeeld 2: “19bis‑fonds” zonder beschikbare TISbis Op 01/01/2020 koopt u voor 100 euro één aandeel in een ‘gemengd fonds’ (25% geïnvesteerd in obligaties en 75% in aandelen).Op 31/12/2025 bedraagt de NIW van dit deelbewijs 150 euro.Op 30/06/2026 verkoopt u uw aandeel. Op die datum:bedraagt de NIW van een deelbewijs 250 euro. Het bedrag van de “19bis‑inkomsten” beloopt 37,50 euro (= [250 euro − 100 euro] × 25%), waarop de bank een RV van 30% (11,25 euro) inhoudt. Het bedrag van de meerwaarde op titels beloopt 100 euro (= 250 euro − 150 euro). De belastbare basis van de meerwaarde op titels beloopt 62,50 euro (= 100 euro − 37,50 euro), waarop de bank een meerwaardebelasting van 10% (6,25 euro) zal inhouden. In totaal zal u een belasting betalen gelijk aan 17,50 euro (= 11,25 + 6,25 euro).Voorbeeld 3: “19bis‑fonds” zonder beschikbare TISbis Op 15/03/2026 koopt u voor 500 euro één aandeel in een “gemengd fonds” (80% geïnvesteerd in obligaties en 20% in aandelen).Op 30/06/2027 verkoopt u uw aandeel. Op die datum:bedraagt de NIW van een deelbewijs 800 euro. Het bedrag van de “19bis‑inkomsten” beloopt 240 euro (= [800 euro − 500 euro] × 80%), waarop de bank een RV van 30% (72 euro) inhoudt. Het bedrag van de meerwaarde op titels beloopt 300 euro (= 800 euro − 500 euro). De belastbare basis van de meerwaarde op titels beloopt 60 euro (= 300 euro − 240 euro), waarop de bank een meerwaardebelasting van 10% (6 euro) zal inhouden. In totaal zal u een belasting betalen gelijk aan 78 euro (= 72 euro + 6 euro). Voorbeeld 4: “19bis‑fonds” zonder beschikbare TISbis Op 15/06/2026 koopt u voor 500 euro één aandeel in een “obligatiefonds” (100% geïnvesteerd in obligaties).Op 30/11/2028 verkoopt u uw aandeel. Op die datum:bedraagt de NIW van een deelbewijs 650 euro.Het bedrag van de “19bis‑inkomsten” beloopt 150 euro (= [650 euro − 500 euro] × 100%), waarop de bank een RV van 30% (45 euro) inhoudt. Het bedrag van de meerwaarde op titels beloopt 150 euro (= 650 euro − 500 euro). De belastbare basis van de meerwaarde op titels beloopt 0 euro (= 150 euro − 150 euro), aangezien het totale bedrag van de meerwaarde al wordt belast als roerende inkomsten (“19bis‑inkomsten”). In totaal zal u een belasting betalen gelijk aan 45 euro. Ten slotte zal voor fondsen in vreemde valuta het bedrag van de meerwaarde als volgt worden berekend: in deviezen de belastbare basis aan RV van de “19bis‑inkomsten” berekenen (rekening houdend met de TISbis of de NIW in deviezen). Deze belastbare basis wordt vervolgens omgezet in euro tegen de wisselkoers op de dag van het feit dat de debitering van de “RV19bis” doet ontstaan (= de dag van de “toekenning of van de betaling” van de “19bis‑inkomsten”);de belastbare basis voor de meerwaardebelasting in euro berekenen;van de belastbare basis in euro voor de meerwaardebelasting het bedrag in euro van de belastbare basis van de “19bis‑inkomsten” aftrekken.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde bepaald bij gestructureerde effecten? Gestructureerde effecten werden vroeger beschouwd als vastrentende effecten, waardoor bij verkoop een deel van de opbrengst als interest werd belast aan 30% roerende voorheffing. Volgens de minister kwalificeren deze producten onder de nieuwe meerwaardebelasting niet langer als vastrentende effecten. Dat heeft een belangrijk gevolg: bij een tussentijdse verkoop op de secundaire markt wordt de volledige gerealiseerde winst belast als meerwaarde aan 10%, zonder dat er een interestcomponent moet worden afgesplitst. De behandeling bij terugbetaling door de emittent is op dit moment nog een openstaand punt.
Hoe werkt het opt-out/opt-in regime? Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de zogenaamde “overgangsperiode” en de “definitieve regeling”. Het overgangsregime is van toepassing van 01/01/2026 tot en met 31/08/2026 en is bijzonder complex. De “definitieve regeling”, dat op basis van de huidige stand van zaken van toepassing zal zijn vanaf 01/09/2026, is minder complex en zal dan ook gelden voor de toekomstige jaren.Hieronder lichten we het principe “opt-in”/“opt –out” binnen de definitieve regeling toe en bespreken hierbij hun belangrijkste voordelen en aandachtspunten. Opt-in regimeHet opt-in regime kan worden beschouwd als de standaard manier (of in het vakjargon het “default regime”). Dit opt-in regime is automatisch van toepassing tenzij de klant hiervan wenst af te wijken.Wat betekent het opt-in regime en hoe handelt Crelan?Het opt-in regime is het standaardregime. Dit betekent dat Crelan 10% meerwaardebelasting inhoudt én deze anoniem doorstort naar de schatkist. De inhouding van de meerwaardebelasting gebeurt onmiddellijk, d.w.z. op het ogenblik van de realisatie van de meerwaarde. Daarnaast ontvangt u jaarlijks van Crelan een overzicht van de gerealiseerde meerwaarde en minderwaarde. Voordeel: u behoudt uw anonimiteit tegenover de overheid. Belangrijk: bij de inhouding van de meerwaardebelasting wordt geen rekening gehouden met: De vrijstelling van 10.000 euro (of 20.000 euro voor gemeenschappelijke rekeningen) of de overgedragen aanvullende schijf.De aftrek van minderwaarden.Een hogere aanschaffingswaarde dan de referentiewaarde op 31/12/2025.Wie van deze voordelen gebruik wil maken, moet dit aangeven in zijn/haar aangifte personenbelasting over het jaar 2026 in te dienen in de loop van 2027. Hierdoor verliest men alsnog zijn anonimiteit.Opt-out regimeHet opt-out regime is dus niet standaard van toepassing. Het zal enkel van toepassing zijn als de klant dit uitdrukkelijk verzoekt.Wat betekent het opt-out regime en hoe handelt Crelan? Crelan houdt geen meerwaardebelasting in op het ogenblik van de realisatie van de meerwaarde. Wel bezorgt Crelan zowel u als de fiscus jaarlijks een overzicht van de gerealiseerde meerwaarde. Voordeel: de onmiddellijke belastingdruk wordt op deze manier vermeden. De eventuele meerwaardebelasting wordt immers pas via de aangifte personenbelasting over kalenderjaar 2026 (in te dienen in de loop van 2027) verrekend. Extra voordeel: vrijstelling, aftrek van minderwaarden en een hogere aanschaffingswaarde kunnen onmiddellijk in aanmerking worden genomen in de aangifte personenbelasting.
Hoe en vanaf wanneer kan ik mijn keuze bekend maken en wijzigen? Er bestaat tot en met 31/05/2026 een standaard opt-out regime, waarbij standaard geen meerwaardebelasting wordt ingehouden. Vanaf 01/06/2026 geldt dan een standaard opt-in regime, waarbij de meerwaardebelasting standaard wél wordt ingehouden. U kunt dus van deze standaardregimes afwijken door zelf expliciet een keuze te maken. De keuze gebeurt per rekening, niet per klant. Om van het standaardregime af te wijken, moeten alle rekeninghouders een opt-in of opt-outregistratieformulier ondertekenen. Als één rekeninghouder niet wil overstappen naar opt-out (of naar opt-in tijdens de overgangsperiode), dan blijft de rekening automatisch in het standaardregime. Als de keuze wordt gemaakt om tijdens de overgangsperiode af te wijken van het standaardregime dan is die in principe voor heel het jaar 2026 geldig. Crelan laat echter toe om nog tot 31/08/2026 van keuze te wisselen (mits toestemming van alle rekeninghouders). Na 31/08 blijft de keuze om af te wijken van het standaardregime hoe dan ook gelden voor heel 2026.Een wijziging van uw keuze na 31/08/2026 is mogelijk, maar zal pas van toepassing zijn vanaf 2027. De modaliteiten van uw wijziging hangen af van de destijds genomen keuze.Heeft u destijds gekozen voor een opt-in, dan kan u deze keuze ongedaan maken door het ondertekenen van een nieuw opt-out registratieformulier. Dit vereist de toestemming van alle rekeninghouders.Heeft u destijds gekozen voor een opt-out, dan kan deze keuze eenvoudigweg worden herroepen door contact op te nemen met uw agent. Als er meerdere rekeninghouders zijn, kan de herroepping door één enkele rekeninghouder gebeuren. We vatten de algemene principes nog even samen en verduidelijken die door enkele concrete scenario’s.De volgende data zijn zeer belangrijk om de overgangsperiode goed te begrijpen:01/01/2026 tot en met 31/05/2026: standaard opt-outVanaf 01/06/2026: standaard opt-inTot en met 31/08/2026: keuze om opt-in en opt-out retroactief toe te passen vanaf 01/01Eerste verkooptransactie die vóór 31/08/2026 wordt gerealiseerdAls u uw eerste verkooptransactie realiseert voor 31/08/2026, dient u uw keuze kenbaar te maken vóór 31/08/2026. Deze keuze zal gelden voor heel 2026. Geeft u geen keuze door, dan wordt uw rekening automatisch opt-out beschouwd voor de periode van 01/01/2026 tot en met 31/05/2026 en opt-in vanaf 01/06/2026.Eerste verkooptransactie die na 31/08/2026 wordt gerealiseerdAls u uw eerste verkooptransactie pas na 31/08/2026 realiseert en u hebt geen keuze doorgegeven vóór 31/08/2026 gemaakt dan bent u default opt-in. U kan nog voor opt-out kiezen vóór uw eerste verkooptransactie.Als echter wel een verkooptransactie plaatsvond vóór 31/08/2026 en de keuze pas na 31/08/2026 wordt gemaakt, dan geldt deze keuze pas vanaf 01/01/2027.
Wie mag het keuze-document (opt-in/opt-out) ondertekenen? Minderjarige rekeninghoudersWat minderjarige titularissen betreft wordt de keuze voor opt-in of opt-out gemaakt door de volmachthoudende personen (ouder(s), voogd, ...).Wanneer beide ouders het ouderlijk gezag over het minderjarige kind uitoefenen, dienen zij beiden te ondertekenen. Indien het gezag uitsluitend bij één ouder berust, volstaat de handtekening van die ouder.Zorgvolmacht (buitengerechtelijke bescherming)Wanneer de zorgvolmacht de betreffende opt-in/-out-bevoegdheid dekt en zij geregistreerd is in het Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten, mag de lasthebber het keuze document ondertekenen.Bewindvoering (gerechtelijke bescherming)De bewindvoerder die door de vrederechter is aangesteld, ondertekent het document. De bewindvoerder handelt in naam van de beschermde persoon.Overlijden van de titularisBij overlijden zal de effectenportefeuille als een onverdeeldheid worden gekwalificeerd. In dat geval zullen alle erfgenamen moeten tekenen.Volmachtverlening aan één rekeninghouder bij meerdere rekeninghoudersVolmachtverlening aan één rekeninghouder bij meerdere gezamenlijke rekeninghouders is niet mogelijk. Iedere titularis dient zelf te kiezen.
Op wie is de meerwaardebelasting van toepassing? Natuurlijke personen en verenigingen met Belgisch fiscale residentieDe meerwaardebelasting is van toepassing op alle natuurlijke personen die in België fiscaal inwoner zijn. Daarnaast worden ook bepaalde rechtspersonen geviseerd zoals vzw’s, stichtingen en private stichtingen, op voorwaarde dat zij aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn en niet aan de vennootschapsbelasting.Wie niet in België woont en hier dus niet belastbaar is als inwoner, blijft buiten het toepassingsgebied van de nieuwe regeling. Dat betekent dat niet-inwoners geen meerwaardebelasting verschuldigd zullen zijn, zelfs wanneer hun beleggingen in België worden aangehouden.Voorbeeld: een persoon die permanent in Frankrijk woont en daar zijn belastingaangifte indient, maar in België bepaalde beleggingen aanhoudt, wordt bij de verkoop van aandelen niet getroffen door de taks. Zijn residentie in het buitenland maakt dat hij niet onder de nieuwe regeling valt.Hiernaast vallen vzw’s, stichtingen en feitelijke verenigingen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting onder de meerwaardebelasting, maar Crelan zal geen meerwaardebelasting inhouden. De vereniging of stichting moet zelf de meerwaardebelasting afdragen via haar eigen aangifte.Uitzondering: vzw’s en stichtingen die erkend zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen, vallen niet onder de meerwaardebelasting.Huwelijk of samenwoningAls u gehuwd bent onder het gemeenschapsstelsel (het wettelijke stelsel), is de meerwaarde voor de helft belastbaar in hoofde van elke echtgenoot. Dat geldt zelfs wanneer de effectenrekening op naam van slechts één van de echtgenoten staat, tenzij het om een eigen goed gaat. Voorbeelden van eigen goederen zijn een voorhuwelijkse effectenrekening of een rekening die geërfd of geschonken werd.Als u gehuwd bent onder het stelsel van scheiding van goederen, of wettelijk dan wel feitelijk samenwonend bent, en de rekening op naam van één partner staat, wordt de meerwaarde volledig bij die partner belast.MinderjarigenOok minderjarige kinderen kunnen worden onderworpen aan de meerwaardebelasting. Als een meerwaarde wordt gerealiseerd op de rekening waarvan een minderjarige titularis is, moet het minderjarig kind een eigen aangifte aanvragen en indienen.In de praktijk gebeurt dit vaak via de ouders. Omdat een minderjarige in principe onbekwaam is om zelf aangiftes in te dienen, moeten zijn wettelijke vertegenwoordigers, doorgaans de ouders, dit in zijn naam en voor zijn rekening doen.De meerwaarden mogen niet in de aangifte van de ouder(s) worden opgenomen.ZorgvolmachtBij een zorgvolmacht blijft de belastingplichtige de beschermde persoon en moeten bijgevolg de meerwaarden worden opgenomen in de eigen aangifte van de beschermde persoon. De zorgvolmachthouder kan dit voor naam en rekening van de beschermde persoon doen.Opsplitsing tussen vruchtgebruiker en blote eigenaarBij effectenrekeningen opgesplitst in vruchtgebruik en blote eigendom geldt dat de meerwaarden enkel worden toegerekend aan en belast in hoofde van de blote eigenaar. Dit geldt zelfs als dit contractueel anders zou zijn voorzien. De vruchtgebruiker wordt dus niet belast op de meerwaarde bij de verkoop.
Welke transacties zijn onderworpen? Enkel meerwaarden vervreemd buiten de beroepsactiviteit en binnen het normaal beheer van privévermogen worden belast.De vervreemding moet een overdracht onder bezwarende titel uitmaken. Dit betekent dat wanneer het financieel actief het vermogen van de belastingplichtige verlaat, er een tegenwaarde in de plaats moet komen. Met andere woorden, er moet een prijs worden ontvangen in ruil voor de overdracht. Denk bijvoorbeeld aan een verkoop van effecten op een effectenrekening aangehouden bij Crelan.Uitgesloten transactiesEr zijn transacties die buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting blijven. Het gaat om:De overdracht van effecten tussen bankenSchenking en erfenisUit onverdeeldheidtredingen binnen 3 jaar na overlijden echtscheiding of stopzetting wettelijke of feitelijke samenwoningHerstructureringen (fusie, splitsing) fondsen en vennootschappen (onder voorwaarden)Inbreng van aandelen in een vennootschapBij de schenking, erfenis en de uitonverdeeldheidtreding binnen 3 jaar zal de meerwaarde pas worden belast wanneer de verkrijger de activa daaropvolgend zelf vervreemdt onder bezwarende titel en een meerwaarde realiseert.
Mogen kosten en/of minderwaarden worden afgetrokken? Van de berekende meerwaarde mogen geen enkele (verwervings- of vervreemdings)kosten worden afgetrokken. Denk bijvoorbeeld aan de beurstaks of de effectentaks: deze mogen niet worden afgetrokken.Minderwaarden mogen worden verrekend met belastbare meerwaarden in de aangifte personenbelasting, mits aan drie strikte voorwaarden is voldaan:de minderwaarde is gerealiseerd door dezelfde belastingplichtige;binnen hetzelfde belastbare tijdperk enbinnen dezelfde categorie van meerwaardebelasting. Er bestaan drie categorieën van meerwaardebelasting:interne meerwaardenmeerwaarden van aanmerkelijk belangalgemene categorie (bijvoorbeeld effectenrekeningen).Dit betekent bijvoorbeeld dat minderwaarde op beleggingsgoud kan worden verrekend met meerwaarde op aandelen, omdat beide onder de algemene categorie vallen.Als er in een jaar meer minderwaarden zijn verwezenlijkt dan meerwaarden, is het niet mogelijk om het saldo over te dragen naar een volgend jaar.Bij de inhouding van de meerwaardebelasting houdt Crelan geen rekening met eventuele minderwaarden. De klant kan de eventueel te veel ingehouden meerwaardebelasting terugvragen via zijn/haar aangifte in de personenbelasting.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde bepaald voor activa verworven vóór 01/01/2026? Op het einde van 2025 heeft Crelan een momentopname gemaakt van uw volledige portefeuille, het zogenaamde ‘foto-moment’. Enkel de meerwaarden die u na dit foto-moment realiseert, worden belast. De belastbare meerwaarde is het positieve verschil tussen de verkoopprijs en de waarde van het betrokken actief op 31/12/2025. Voor beursgenoteerde effecten geldt de laatste slotkoers van die dag als waarde op het foto-moment.Op dit principe geldt een belangrijke uitzondering. Ligt de waarde van een belegging op het foto-moment lager dan uw werkelijke aankoopprijs, dan mag u die werkelijke aankoopprijs gebruiken om de belastbare meerwaarde te berekenen.Deze keuze blijft mogelijk gedurende de eerste vijf jaar na de invoering van de meerwaardebelasting, dat wil zeggen tot en met 31/12/2030. Vanaf 01/01/2031 is steeds de waarde op het foto-moment van 2025 bepalend, ook wanneer die hoger ligt dan wat u destijds hebt betaald.U kunt Crelan niet vragen om bij de inhouding van de meerwaardebelasting rekening te houden met de hogere, werkelijke aankoopprijs. De eventueel te veel ingehouden belasting moet u terugvragen via uw aangifte in de personenbelasting.Als u wenst uw hogere aankoopprijs te gebruiken voor de berekening van de meerwaarde, houd dan rekening met de volgende vier aandachtspunten.De hogere aankoopprijs kan gebruikt worden om een meerwaarde op basis van het foto-moment te verlagen.Voorbeeld: in 2024 heeft u een aandeel gekocht voor 130 euro. Op 31/12/2025 is dit aandeel 120 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 150 euro. U kan ervoor opteren om de belastbare meerwaarde als volgt te bepalen: 150 – 130 euro = 20 euro.De hogere aankoopprijs kan niet gebruikt worden om een minderwaarde op basis van het foto-moment te vergroten.Voorbeeld: in 2024 heeft u een aandeel gekocht voor 150 euro. Op 31/12/2025 is dit aandeel 130 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 100 euro. De minderwaarde bedraagt 100 – 130 euro = -30 euro. Omdat er een minderwaarde wordt berekend en geen meerwaarde, is het niet mogelijk om de werkelijke aankoopprijs, 150 euro, als uitgangspunt te gebruiken. De minderwaarde kan dus niet worden verhoogd van -30 euro naar -50 euro.De hogere aankoopprijs kan niet gebruikt worden om een meerwaarde op basis van het foto-moment om te zetten in een minderwaarde. In dat geval is de meerwaarde gelijk aan nul.Voorbeeld: in 2024 heeft u een aandeel gekocht voor 150 euro. Op 31/12/2025 is dit aandeel 120 euro waard. In 2026 verkoopt u dit aandeel voor 130 euro. Op basis van het foto-moment is er sprake van een meerwaarde van 10 euro. Deze kan op basis van de werkelijke aankoopprijs worden herleid tot 0 euro, maar niet tot een minderwaarde van -20 euro.Voor posities in identieke effecten die zijn opgebouwd vóór 01/01/2026, bepaalt u de hogere aankoopprijs op basis van het gewogen gemiddelde van al deze effecten, en niet volgens de FIFO-methode.
Wat als u effecten en/of valuta in vreemde valuta aanhoudt? Effect van omruiling van deviezenAls een effect in een andere munt dan de euro is uitgedrukt, moeten de gerealiseerde meer- en minderwaarden voor de berekening van de meerwaardebelasting worden omgerekend naar euro. Daarbij wordt telkens de wisselkoers gehanteerd die gold op het moment van aankoop en op het moment van verkoop van het effect. Het wisselkoersresultaat zit dus vervat in de meerwaardeberekening. Op deze meerwaarde heeft Crelan een inhoudingsplicht.In formulevorm betekent dit:Belastbare basis = (realisatiewaarde financieel actief ÷ wisselkoers bij realisatie) – (aanschaffingswaarde financieel actief ÷ wisselkoers bij aankoop)Of, omgekeerd:Belastbare basis = (realisatiewaarde financieel actief × wisselkoers bij realisatie in devies) – (aanschaffingswaarde financieel actief × wisselkoers bij aankoop in devies)VoorbeeldStap 1: Aankoop 100 Amerikaanse aandelen voor 5.000 dollar (50 dollar per stuk). Wisselkoers op dat moment: 1 euro = 1,10 dollar → kostprijs = 5.000/1,10 = 4.545 euro.Stap 2: Verkoop 100 aandelen voor 6.000 dollar (60 dollar per stuk). Wisselkoers op dat moment: 1 euro = 1,00 dollar → opbrengst = 6.000/1,00 = 6.000 euro.Belastbare meerwaarde: (6.000/1,00) – (5.000/1,10) = 6.000 – 4.545 = 1.455 euro → Bank houdt 10% in = 145,50 euro.Door het wisselkoersverschil ligt de meerwaarde in euro (1.455 euro) hoger dan de winst in dollar (1.000 dollar).Daarnaast kan er ook een wisselkoersresultaat ontstaan dat losstaat van een effectentransactie, bijvoorbeeld wanneer een klant vreemde deviezen gebruikt om effecten aan te kopen of verkregen vreemde deviezen uit een verkoop omwisselt naar euro. Op dat wisselkoersresultaat heeft Crelan géén inhoudingsplicht. De klant moet een eventuele wisselkoersmeerwaarde op die verrichting zelf opnemen in de aangifte personenbelasting.VoorbeeldStap 1: Conversie 5.000 euro → 5.500 dollar (wisselkoers 1 euro = 1,10 dollar)Stap 2: Aankoop 100 aandelen voor 5.000 dollar (50 dollar per stuk). Wisselkoers op dat moment: 1 euro = 1,05 dollar.Meerwaarde op de 5.000 dollar aangekocht in stap 1: (5.000/1,05) – (5.000/1,10) = 4.761,90 – 4.545,45 = 216,45 euro → Aangifteplicht voor de klant.Stap 3: Verkoop 100 aandelen voor 6.000 dollar (60 dollar per stuk). Wisselkoers op dat moment: 1 euro = 1,00 dollar.Meerwaarde op de aandelen: (6.000/1,00) – (5.000/1,05) = 6.000 – 4.761,90 = 1.238,10 euro → Bank houdt 10% in = 123,81 euro. Klant heeft geen aangifteplicht.Stap 4: Om de 123,81 euro te betalen, wordt door de bank 123,81 dollar uit het resterende saldo van stap 1 (500 dollar) geconverteerd naar euro.Meerwaarde op die dollar: 123,81 – (123,81/1,10) = 123,81 – 112,55 = 11,26 euro → Aangifteplicht voor de klant.In stap 4 is er dus sprake van een gedwongen conversie door de bank om de meerwaardebelasting in stap 3 te kunnen inhouden. Deze gedwongen conversie leidt zelf tot een bijkomende valutameerwaarde die de klant zelf moet aangeven. De bank houdt immers geen meerwaardebelasting in op valutatransacties.De gedwongen conversie kan worden vermeden door een opt-out keuze mee te delen aan de bank.TermijnrekeningenTermijnrekeningen zijn in principe niet onderworpen aan de meerwaardebelasting.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde bepaald bij vastrentende effecten? Bij obligaties, kasbons, zero coupons en discount bonds kan er een samenloop ontstaan van twee belastingen: de belasting van 30% op interest en de meerwaardebelasting van 10% op de meerwaarde. Welke belasting van toepassing is, hangt af van de manier waarop de belegger uit het effect stapt: via een tussentijdse verkoop op de secundaire markt of via een terugbetaling door de emittent.Bij een tussentijdse verkoop op de secundaire markt bevat de verkoopprijs doorgaans een stuk verlopen interest. Dat is de interest die is opgebouwd sinds de laatste couponbetaling en belast wordt aan een tarief van 30%. De interest moet zelf door de klant worden aangegeven in de aangifte personenbelasting. Alleen het saldo dat de verlopen interest overschrijdt, komt in aanmerking als meerwaarde. Op dat deel houdt Crelan de meerwaardebelasting van 10% in en heeft de klant geen aangifteplicht.Bij een terugbetaling door de emittent, vervroegd dan wel op vervaldag, hangt de fiscale behandeling af van hoe het effect is verkregen. Als de klant de obligatie heeft aangehouden vanaf de uitgifte, kwalificeert het volledige verschil tussen de terugbetalingsprijs en de uitgifteprijs als interest. Crelan houdt hierop 30% roerende voorheffing in en de klant heeft geen aangifteplicht. Als de klant de obligatie daarentegen heeft aangekocht op de secundaire markt, is de fiscale behandeling bij terugbetaling door de emittent nog een openstaand punt.
Heeft u recht op een vrijstelling? De wet voorziet dat elke belastingplichtige een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro geniet voor gerealiseerde meerwaarden, waarbij dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd. Deze vrijstelling moet worden aangevraagd via de eigen belastingaangifte. Daarnaast wordt een systeem van beperkte overdraagbaarheid voorzien: voor elk jaar waarin een deel van de vrijstelling niet wordt gebruikt, kan maximaal 1.000 euro worden overgedragen naar een volgend jaar, gedurende maximaal vijf jaar. Op die manier kan een belastingplichtige een maximale vrijstelling van 15.000 euro bereiken.Voorbeeld: stel dat u in 2026 geen beleggingen hebt verkocht. Dan kan u in 2027 een vrijstelling van 11.000 euro toepassen. Als u dat jaar beleggingen verkoopt met een totale meerwaarde van 10.800 euro, betaalt u geen meerwaardebelasting. In 2028 heeft u weer recht op een vrijstelling van 10.000 euro.Gerealiseerde meerwaarden boven deze vrijstellingsgrens worden belast aan 10%. De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro wordt niet automatisch verrekend. Om ze te kunnen benutten, moet u ze uitdrukkelijk opnemen in uw belastingaangifte. Dit betekent dat u alle gerealiseerde meerwaarde moet vermelden.Hebt u in totaal minder dan 10.000 euro aan meerwaarden gerealiseerd?Dan betaalt u geen meerwaardebelasting. Eventuele belasting die al werd ingehouden, kunt u volledig terugkrijgen.Hebt u meer dan 10.000 euro aan meerwaarden gerealiseerd?Dan krijgt u de belasting terug die werd ingehouden op de eerste 10.000 euro (d.i. 1.000 euro), want die schijf is vrijgesteld.Als u getrouwd bent onder het gemeenschapsstelsel (wettelijk stelsel) of u de effecten in onverdeeldheid aanhoudt met iemand anders, heeft elke echtgenoot/deelgenoot recht op de basisvrijstelling van 10.000 euro. Samen komt dit neer op een basisvrijstelling van 20.000 euro, die over vijf jaar kan aangroeien tot 30.000 euro.Aanmerkelijk belang: gunstregime?Voor meerwaarden op bepaalde aanmerkelijke deelnemingen geldt een afzonderlijk regime. Het gaat om het geval waarin de overdrager minstens 20% bezit van de rechten in het kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen. In dat kader zou de eerste 1 miljoen euro aan meerwaarden worden vrijgesteld. Voor de daaropvolgende schijven wordt een getrapt tarief toegepast: 0 – 1 miljoen euro: vrijgesteld;1 miljoen – 2,5 miljoen euro: 1,25%;2,5 miljoen – 5 miljoen euro: 2,50%;5 miljoen – 10 miljoen euro: 5%;Boven 10 miljoen euro: het algemene tarief van 10% geldt.De vrijstelling van 1 miljoen euro werkt als een soort “buffer”: ze kan slechts één keer binnen een periode van vijf jaar volledig worden benut. Het beschikbare vrijstellingsbedrag wordt daarbij jaarlijks verminderd met de bedragen aan meerwaarden die in de vier voorgaande jaren al via deze vrijstelling zijn uitgesloten van belasting. Wanneer de vrijstelling niet of slechts gedeeltelijk kan worden toegepast, zal het tarief van 1,25% op de eerste belastbare schijf van kracht zijn.
Overgangsperiode? De wetgever heeft beslist om de meerwaardebelasting al toe te passen vanaf 01/01/2026. Hieruit volgt dat een complexe overgangsperiode moet worden toegepast. Deze overgangsperiode geldt van 01/01/2026 tot en met 31/08/2026 en wijkt dus af van de definitieve regeling.Het principe van de overgangsperiode is als volgt:Van 01/01/2026 tot en met 31/05/2026 geldt een standaard opt-out regime.Van 01/06/2026 tot en met 31/08/2026 geldt een standaard opt-in regime.We lichten de belangrijkste aspecten van de overgangsperiode toe. Standaard opt-out regime tussen 01/01/2026 en 31/05/2026In de definitieve regeling wordt de opt-in als standaard wordt beschouwd. Dit is echter niet het geval tijdens de overgangsperiode tot en met 31/05/2026. Tot en met deze datum is het standaardregime opt-out!U hebt wel de mogelijkheid om tijdens deze periode de opt-out voorkeur te bevestigen. Dergelijke keuze zou het volgende voor u betekenen:Dit opt-out regime is dan voor u voor heel het jaar 2026 van toepassing.U ontvangt een overzicht van alle gerealiseerde meerwaarden en minderwaarden voor het volledige jaar 2026. Dit overzicht laat u toe om op een duidelijke manier de gerealiseerde meerwaarde aan te geven in uw aangifte personenbelasting.Wilt u in 2026 genieten van de voordelen van het opt-out regime? Dan raden wij u sterk aan om het registratieformulier te ondertekenen (zie “Hoe en vanaf wanneer kan ik mijn keuze bekendmaken en wijzigen?”).De keuze voor het opt-out regime moet wel door alle rekeninghouders worden genomen.U bent uiteraard niet verplicht om de opt-out keuze tijdens deze overgangsperiode te bevestigen. Dit zal wel tot gevolg hebben dat u automatisch in het opt-in regime stapt vanaf 01/06/2026.Betekent dit dan dat u voor deze overgangsperiode geen opt-in kan kiezen? Crelan biedt de mogelijkheid aan om voor het opt-in regime te kiezen. We herinneren u er nog even aan dat het opt-in regime betekent dat Crelan 10% meerwaardebelasting inhoudt én deze anoniem doorstort naar de fiscus. Opt-in keuze mogelijk tijdens de overgangsperiode in 2026Zoals beschreven onder het opt-in regime onder de definitieve regeling, betekent het opt-in regime dat de meerwaardebelasting onmiddellijk wordt ingehouden, d.w.z. op het ogenblik van de realisatie van de meerwaarde. Voor de overgangsperiode is dit echter niet het geval. Voor de periode 01/01/2026 - 31/08/2026 wordt de belasting niet onmiddellijk ingehouden, maar via een retroactieve regularisatie (zie “Vanaf wanneer zal er meerwaardebelasting worden ingehouden bij opt-in tijdens overgangsperiode?”). U zal zien dat we hier verwijzen naar de periode 01/01/2026 – 31/08/2026. Deze periode 01/01/2026-31/08/2026 is voornamelijk van belang voor de bank. Aangezien zij operationeel niet klaar is om de meerwaardebelasting onmiddellijk in te houden, biedt de wetgever de mogelijkheid om voor deze periode de storting van de meerwaardebelasting aan de schatkist “uit te stellen” tot 30/11/2026.Waarom zou u kiezen voor het opt-in regime tijdens de overgangsperiode? We vatten de gevolgen samen.De meerwaardebelasting wordt voor u ingehouden. Dit gebeurt weliswaar niet onmiddellijk. Zoals reeds hierboven beschreven heeft de bank de mogelijkheid om tot 30/11/2026 de meerwaardebelasting te storten aan de schatkist.U ontvangt een opt-in overzicht van de gerealiseerde meerwaarde en minderwaarde voor heel 2026.U behoudt uw anonimiteit tegenover de overheid.De opt-in keuze is geldig voor heel het jaar 2026.De keuze voor opt-in moet door alle rekeninghouders worden gedaan.Wilt u in 2026 genieten van de voordelen van het opt-in regime? Dan raden wij u sterk aan om het registratieformulier te ondertekenen (zie “Hoe en vanaf wanneer kan ik mijn keuze bekendmaken en wijzigen?”). Wat gebeurt er als u geen opt-in of opt-out keuze maakt tijdens de overgangsperiode in 2026?Uiteraard bestaat er voor u geen verplichting om een opt-in of opt-out keuze te maken. Bij gebrek aan dergelijke keuze worden de gevolgen tijdens de overgangsperiode complexer. Voor de periode van 01/01/2026 tot en met 31/05/2026 bent u standaard opt-out en vanaf 01/06/2026 standaard opt-in.De gevolgen van elk regime gelden respectievelijk voor de betrokken periode. U zal een overzicht krijgen van de gerealiseerde meerwaarden en minderwaarden voor heel 2026.
Vanaf wanneer zal er meerwaardebelasting worden ingehouden (bij opt-in tijdens de overgangsperiode)? Als het opt-in regime geldt, zal Crelan de meerwaardebelasting op de meerwaarden gerealiseerd tussen 01/01/2026 en 31/08/2026 retroactief innen in september 2026. De klanten die dit wensen, moeten een bedrag gelijk aan de verschuldigde meerwaardebelasting op hun rekening beschikbaar houden, zodat dit bedrag door Crelan geïnd kan worden en doorgestort kan worden aan de schatkist.