De hete zomer van 2022 op de beurs

De zomer, een tijd van zorgeloos genieten? Niet op de beurs. Ongerustheid over inflatie, recessie en gastekorten zorgden samen voor een explosieve cocktail — en niet de soort met ijsblokjes waar u op een zonnig terras van geniet. Toch viel er temidden al dat onheil ook wat positief nieuws te rapen.

De zomer en de beurs: de ECB maakt komaf met de negatieve rente

Einde van een tijdperk: na jaren van negatieve rente noteert de depositorente van de Europese Centrale Bank (ECB) niet langer onder nul. Zo komt er een eind aan  het sterk ondersteunende beleid dat de ECB al die tijd gevoerd heeft. Dat zit zo: de depositorente geldt voor banken die tijdelijk liquiditeiten bij de ECB parkeren. Door dergelijke deposito’s te ‘bestraffen’ met een negatieve rente, wilde de ECB de banken ertoe aanzetten om zoveel mogelijk van de aan hen toevertrouwde spaargelden weer uit te lenen in de vorm van kredieten, om op die manier de economie te ondersteunen. Die monetaire politiek werd in de nasleep van de Europese schuldencrisis (2009-2012) geïntroduceerd, en uiteraard werd die strategie voortgezet tijdens de coronapandemie.

Waarom nu dan een einde maken aan de negatieve rente? De brandende inflatie verplicht de ECB om het geldbeleid aan te scherpen. Traditioneel is een hogere rente het middel bij uitstek waarmee een centrale bank inflatie bestrijdt. Sparen wordt meer beloond, en krediet wordt duurder — zo wordt de vraag naar goederen en diensten afgeremd, waardoor de prijzen niet langer stijgen. Met een inflatie van 8,9% bestaat het aanvoelen dat de ECB de inflatie veel te lang op haar beloop heeft gelaten. Om haar geloofwaardigheid niet te verliezen, moest de ECB dus wel ingrijpen. In het najaar staan trouwens nog meer renteverhogingen op de agenda, al zal het wellicht telkens om verhogingen van 0,25% gaan.

Eén van de redenen waarom de ECB geaarzeld heeft in haar inflatiebeleid, is het feit dat de Eurozone een bonte verzameling van economieën is, terwijl de rente van de ECB ‘one size fits all’ is. Voor sommige landen zou een véél hogere rente welkom zijn, terwijl andere landen met zwakke overheidsfinanciën kampen.

Bij een hogere rente zouden zij al snel in de problemen komen. Vooral het lot van Italiaanse staatsobligaties baart zorgen. Italië torst een staatsschuld die ruim 150% van het BBP bedraagt. Bovendien kampt de Italiaanse economie al vele jaren met ondermaatse groei. Voeg daarbij het vertrek van de ‘technocratische’ premier Mario Draghi, die veel vertrouwen genoot bij beleggers, en het hoeft niet te verwonderen dat de markten Italië als een steeds riskantere bestemming voor hun geld gaan zien. De rente op Italiaanse staatsobligaties was de laatste weken opgelopen tot 2 procentpunt bovenop de Duitse rente (die algemeen beschouwd wordt als de minst risicovolle obligatie-uitgever van de Eurozone).

Samen met de renteverhoging kondigde de ECB een mechanisme aan dat ervoor moet zorgen dat de obligaties van Italië en andere lidstaten met een zwakke financiële positie niet onder vuur komen te liggen. Dit zogenaamde Transmission Protection Instrument (TPI) is een voorwaarde om te vermijden dat de ECB al snel zou moeten stoppen met haar renteverhogingen, omdat de stress voor Italië en co. te hoog zou oplopen.

Betekent de hogere beleidsrente van de ECB dan ook dat de spaarrente stijgt? Niet meteen. De ECB-depositorente bedraagt nu 0%. Het zal nog minstens één renteverhoging vereisen om de rente echt positief te krijgen. De rente op Belgische spaarrekeningen is steeds een heel eind boven de ECB-rente gebleven, dankzij de wettelijke minimumrente. Om die reden zal onze spaarrente niet meteen reageren op de eerste renteverhoging door de ECB.

De zomer en de beurs: de race tegen de recessie van de Fed

De VS kampt net als de Eurozone met de hoogste inflatie in 40 jaar. Anders dan hun collega’s van de ECB moeten de centrale bankiers van de Fed geen rekening houden met het risico van een tweedeling, of met het vooruitzicht van de nakende energiecrisis. Ze heeft dan ook al een paar flinke stappen gezet en de rente opgetrokken tot 2,25 – 2,50%. De renteverhogingen in juni en juli bedroegen telkens 75 basispunten – forse ingrepen die erop duiden dat de Fed de relatief gunstige economische toestand maximaal wil benutten om de rente zo snel mogelijk op te trekken.

Er pakken zich immers donkere wolken samen boven de Amerikaanse economie. De groeicijfers in het eerste en het tweede kwartaal waren negatief, waardoor de VS in ‘een technische’ recessie zit (een recessie wordt traditioneel gedefinieerd als de economie die krimpt in twee opeenvolgende kwartalen).

De regering-Biden verdedigt zich en stelt dat de economie niet echt in recessie is, omdat een aantal indicatoren nog op groen staan. Vooral de arbeidsmarkt is in zeer goede doen, met een werkloosheid van amper 3,5%. Er worden ook nog volop nieuwe jobs gecreëerd. Niettemin klinkt het protest als een leerling die zijn onvoldoende op een wiskunde-examen probeert goed te praten met glansprestatie op lichamelijke opvoeding.

De realiteit is dat de economische groei in de VS snel afkoelt. De Fed is daar niet blind voor en voorzitter Jerome Powell suggereerde dat de Fed in het najaar meeting per meeting zal beoordelen hoe de situatie evolueert. Markten interpreteren dat als: ‘Bij te veel slecht nieuws, komt er een rem op de renteverhogingen’. De reacties op dat nieuws waren positief. Beleggers houden immers niet van renteverhogingen. Het is dan ook geen toeval dat de aandelenmarkten juli ronduit optimistisch afsloten, met de beste beursmaand in de VS sinds najaar 2020. Met dank aan de Fed, die wat meer twijfel laat blijken.

De zomer en de beurs: gaat de gaskraan dicht?

Eén vraag houdt Duitsland en de rest van de EU vandaag wakker: zal de gastoevoer uit Rusland helemaal stilvallen? Tijdens de zomer, wanneer het gasverbruik lager is, worden de gasreserves voor de winter gevuld. Vandaag zijn de Duitse reserves voor circa tweederde gevuld. Dat is min of meer op schema. Maar de gasstroom is evenwel geslonken tot een kabbelend stroompje. Midden juli werd de pijplijn even helemaal uit gebruik genomen, voor onderhoud van twee turbines. Na tien dagen nagelbijten begon het gas weer te stromen, maar het volume is teruggevallen tot 20% van de maximumcapaciteit. Tegen dit tempo mag er niks fout gaan om de vooropgestelde reserves (80% tegen 1 oktober, 90% tegen 1 november) te halen.

Jammer genoeg gaat het nu al fout. Door de droogte in grote delen van Europa zijn de waterstanden veel lager dan gebruikelijk. Daardoor kunnen vele waterkrachtcentrales niet op volle capaciteit draaien. Bovendien is het waterpeil op sommige rivieren ondertussen zo sterk gedaald dat schepen met steenkool niet meer tot bij de energiecentrales raken die ze moeten bevoorraden. Als gevolg daarvan moet nu al kostbaar gas ingezet worden om de elektriciteitsproductie op peil te houden. Gas dat dus niet opgespaard kan worden tot de winter.

Op 26 juli besliste de Raad van Europa dat de lidstaten hun gasverbruik met 15% moeten terugdringen. Het staat immers in de sterren geschreven dat Rusland de gastoevoer zal gebruiken als drukkingsmiddel. Duitsland, dat tot voor kort voor 55% van z’n gasverbruik op Russische invoer rekende, is één van de zwaarst getroffen economieën, als een volledige stop realiteit wordt. Rantsoenering van gas, en het stilleggen van delen van de Duitse industrie, zijn nu realistische opties geworden. Dat kan Duitsland, en bij uitbreiding de hele Eurozone, duur te staan komen.

Nu al stagneert de Duitse economie (terwijl o.a. Italië en Frankrijk wel sterker dan verwacht groeiden in het tweede trimester). De energie-onzekerheid komt bovenop een resem andere problemen. De Duitse loonkosten stijgen sterk. En de levensbelangrijke auto-industrie krimpt, nu de klassieke verbrandingsmotor plaats moet maken voor elektrische aandrijving. Vele Duitse bedrijven, geconfronteerd met hoge kosten, verplaatsen de productie gedeeltelijk naar het buitenland.

Dat de locomotief van de EU dreigt stil te vallen, is slecht nieuws, en verklaart mede waarom de euro recent zo sterk verzwakte tegenover de Amerikaanse dollar. Europese aandelen zijn goedkoop gewaardeerd, maar daar is dus een goede reden voor. Eens te meer blijft voor beleggers het ordewoord: maximaal spreiden. De goedkope waardering van Europese aandelen kan op lange termijn misschien tot een mooie opwaardering leiden, maar ondertussen houden Amerikaanse aandelen — ondanks hun duurdere waardering — en Japanse aandelen veel beter stand.

De zomer en de beurs: nog meer cliffhangers …

Italië gaat naar de stembus. De Amerikanen gaan stemmen voor de ‘mid terms’, waarbij de Democraten hun meerderheid kunnen verliezen. Er komt duidelijkheid over de Russische gasbevoorrading… Er staat nog heel wat op het spel in de resterende maanden van het jaar. Zijn het redenen om aan de kant te blijven staan? Is het een sein om de kat uit de boom te kijken tot de onzekerheid verdwenen is?

Wie daarop wacht, kan lang wachten: onzekerheid is een constante. En de maand juli is een mooie illustratie dat onder een donkere, onheilspellende hemel toch een mooi beursherstel kan ingezet worden: de wereldwijde MSCI World-beursindex steeg met 7%. Een bevestiging van de regel dat ‘in de markt blijven’ (in plaats van de markt te proberen timen) de makkelijkste én meest zinvolle strategie is die een belegger kan volgen.

Twijfel je of dit het juiste moment is om je eerste stappen op de beurs te zetten? Of vraag je je af hoeveel geld je moet sparen voor je kan beleggen? Een Crelan-agent bij jou in de buurt helpt je graag op weg en beantwoordt met kennis van zake al jouw vragen.

Disclaimer: De informatie uit deze publicatie vormt een algemene toelichting bij de financiële actualiteit en mag niet worden beschouwd als een concreet advies of aanbeveling met betrekking tot financiële producten.